
Zover komen dat je niet meer bang bent.
Dat is het ultieme doel van de mens.
– Italo Calvino, Het pad van de spinnennesten
Eind januari 2024. Hind Rajab is vijf jaar oud. Ze zit ineengedoken op de achterbank in de auto van haar oom en tante, samen met hun vier kinderen. Meteen nadat het zoveelste evacuatiebevel werd gegeven in het westelijke gebied van Gaza, is haar moeder met haar andere kinderen te voet gevlucht, maar vanwege de kou en de regen is Hind door haar oom en tante in de auto meegenomen.
Het is vroeg in de middag, het gedreun van de bommen dringt de auto binnen en er lijkt een verkeersopstopping te zijn. Er is iets aan de hand. Haar oom en tante voelen het, ze zijn nerveus, zitten opgewonden te praten. Niet ver van een tankstation in de wijk Tel al-Hawa wordt de auto meermaals beschoten door Israëlische machinegeweren.
Daarna een ijzige stilte. Hind kijkt om zich heen: niemand praat meer, ze zitten allemaal in elkaar gezakt. Met trillende handen pakt ze de telefoon uit de handen van haar vijftienjarige nichtje Layan, die is getroffen terwijl ze in gesprek was met iemand van de Rode Halve Maan. Hind vertelt: ‘De anderen zijn dood, of misschien slapen ze’, en smeekt om hulp. ‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang.’ De medewerkster aan de andere kant van de lijn is hevig bezorgd, want ze weet hoe gevaarlijk de situatie is; ze noemt Hind liefdevol ‘habibti’, ‘schatje’, en blijft aan de lijn om haar gezelschap te houden.
‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang’
Na een drie uur durende communicatie – zo veel tijd hadden haar collega’s van de Rode Halve Maan nodig voor overleg met de Israëlische autoriteiten om de locatie van de auto te bepalen en toestemming te krijgen om het meisje in veiligheid te brengen – verzekert de medewerkster Hind dat er twee hulpverleners naar haar toe komen. De registratie van dit hartverscheurende gesprek, waarbij het leven van het kind aan een zijden draadje hangt, is bewaard gebleven voor de geschiedenis, en zal hopelijk ook ooit gebruikt kunnen worden door rechters, om de verantwoordelijken voor het bloedbad waarbij Hind door het Israëlische leger werd vermoord te straffen.
Pas na twaalf dagen zal het levenloze lichaam van Hind worden gevonden, in die auto waarop iemand maar is blijven schieten, doorboord door 335 kogels, niet ver van de ambulance met daarin de lijken van de hulpverleners van de Rode Halve Maan, die haar niet op tijd hebben kunnen bereiken. Het Britse team van Forensic Architecture, onder leiding van professor Eyal Weizman, heeft de afstanden en de richting van de schoten gereconstrueerd. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat het ‘niet plausibel’ is dat de Israëlische soldaten die vanuit de tank schoten geen duidelijk zicht zouden hebben gehad op de burgers die in de auto zaten – onder wie dus kinderen.
Het verhaal van Hind is een symbool geworden voor de wreedheid van de Israëlische aanval op de bevolking van Gaza, sinds 7 oktober 2023. Maar dit meisje is meer dan drie maanden na 7 oktober gedood, toen Israël al meer dan 26.000 mensen had vermoord, onder wie minstens 10.000 kinderen. Hoe heeft men dit allemaal kunnen laten gebeuren? En hoe is het mogelijk dat er ook nu – eind maart 2025, terwijl ik dit boek aan het redigeren ben –, nu het vastgestelde aantal omgekomen kinderen al meer dan 17.000 bedraagt, van wie er duizend nog geen één jaar waren, nog steeds straffeloosheid heerst, en dat de moordmachine die Israël in gang heeft gezet onvermoeibaar doorgaat? Het antwoord schuilt in decennia van manipulatief woordgebruik, dat heeft geleid tot een verwrongen perceptie van de machtsverhoudingen tussen Israëliërs en Palestijnen.
Elk Palestijns leven wordt gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël
De laatste dertig jaar heeft die bewuste manipulatie velen ertoe gebracht om te geloven dat de Palestijnen verantwoordelijk zijn voor hun eigen situatie, en dat ze een existentiële dreiging vormen voor Israël. Ook de kinderen? Ja, die ook, en misschien wel vooral de kinderen, want in de logica van de Israëlische aanval die na 7 oktober begon wordt elk Palestijns leven gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël.
Hoeveel Palestijnse kinderen zijn er zo omgekomen? Met de straffeloosheid van de schuldigen, met het gruwelijke verdriet van hele families en gemeenschappen? Dat zijn er tienduizenden. Het verhaal van Hind, hoe afschuwelijk ook, is niet ongewoon in Palestina. Mohammed Tamimi was twee jaar oud toen hij, een paar maanden voor 7 oktober 2023, door het Israëlische bezettingsleger – dat formeel bekendstaat onder de naam Israëlisch defensieleger (Israël Defence Forces: IDF) – door zijn hoofd werd geschoten terwijl hij bij zijn vader in de auto zat op de bezette Westelijke Jordaanoever. Niemand werd er verantwoordelijk voor gehouden, zoals gewoonlijk.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen Max en ik in Jeruzalem woonden, grensde onze tuin aan een heuveltje waarop een reusachtige, ongelooflijke moerbeiboom stond, die maandenlang vruchten droeg. Onder die boom lag altijd een paars tapijt van gevallen moerbeien, en de kinderen kwamen ze vaak rapen.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Vlak naast ons huis was een stenen muurtje waar zo’n metalen hekwerk op stond, dat er ooit, jaren eerder, provisorisch moest zijn geplaatst. De kinderen kropen er altijd onderdoor om moerbeien te gaan rapen, waardoor er een opening was ontstaan. Op een dag zag ik ze en zei: ‘Hé kinderen, als jullie moerbeien willen mogen jullie ook bij mij aanbellen en dan doe ik de poort voor jullie open, dan hoeven jullie niet daar onderdoor te kruipen.’ De meesten van hen verstonden me niet, want bijna niemand van hen sprak Engels, behalve een jongetje met donkere wallen dat ik al vaker in de buurt had zien spelen met zijn tweelingzusje en hun vriendjes.
‘Hallo,’ herhaalde ik dus, nu rechtstreeks tegen hem. ‘Ik weet dat jullie hier in de wijk wonen, ik heb jullie al heel vaak zien spelen. Als jullie moerbeien willen is het geen probleem, vraag het dan gewoon aan ons, zodat je je niet bezeert aan dat hekwerk.’ Zijn beleefde maar vastberaden antwoord deed me versteld staan.
‘Nee, dank u,’ zei hij. ‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan.’ Die kleine Mohammed was al heel assertief op zijn elfde.
Zijn familie was een van de eerste in de wijk Sheikh Jarrah geweest die door Israëlische kolonisten – gewapende burgers die de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever bevolken, met steun van het leger – uit hun huis was gezet.
‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan’
In dit huis had Rifqa, de oma van Mohammed en van zijn zusje Muna, in 1948 haar toevlucht gezocht nadat ze was verdreven uit Haifa (sindsdien deel van Israël). Na een lange juridische strijd werd in 2009 het hoofdgebouw van hun bezit ingenomen door Israëlische kolonisten, terwijl de familie El-Kurd in de moestuin een huisje moest bouwen waar ze noodgedwongen met z’n allen in gingen wonen.
De reactie van Mohammed verbaasde me, want het is niet vanzelfsprekend dat een kind van elf jaar – of zeven, twaalf, veertien jaar – zo’n duidelijk besef heeft van rechten, ruimte en identiteit. Maar dat is wel de realiteit voor de Palestijnen die zijn opgegroeid onder de bezetting, en voor de miljoenen Palestijnen die zijn geboren in de vluchtelingenkampen rondom Palestina. Generaties mensen zijn opgegroeid terwijl ze zagen dat hun land dag na dag onder hun voeten vandaan werd gerukt, wat de voedingsbodem vormt voor een eindeloze strijd om hun huis, hun waardigheid, en om alles wat op die leeftijd vanzelfsprekend zou moeten zijn.
De kindertijd wordt afgepakt van de Palestijnen, ze worden volwassen in een kinderlichaam en gaan gebukt onder zorgen, spanningen, angsten en verantwoordelijkheden die ze op hun leeftijd niet zouden moeten hebben.
Vandaar dat ik, als Speciaal Rapporteur van de VN voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden, in 2023 besloot om mijn derde rapport aan de kindertijd te wijden, waarbij ik gebruikmaakte van een Engels woord dat de Palestijnse realiteit levendig beschrijft: unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’. De keuze voor dat onderwerp ontstond uit de hoop dat ik het grote publiek meer inzicht zou kunnen geven in de ernst van de situatie als ik zou laten zien hoe het leven van een kind in Palestina daadwerkelijk is, naast de opgenomen statistieken en regelgeving.
unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’
Toen ik mijn onderzoek deed, was alles heel anders dan nu: mijn rapport werd twee weken na 7 oktober 2023 gepresenteerd, maar ik had het twee weken voor die datum afgerond. En ook toen al was de situatie verschrikkelijk.
Op dat moment in het najaar waren de gegevens over de Palestijnse kinderen die in vijftien jaar tijd (van 2008 tot september 2023) waren gedood al schrikbarend: het waren er meer dan 1400. Ieder van hen een klein universum dat voorgoed was uitgewist. Van 7 oktober 2023 tot maart 2025 was dat toch al huiveringwekkende aantal meer dan tien keer zo groot geworden: in zeventien maanden zijn er ruim 17.000 kinderen gedood, onder wie meer dan duizend baby’s, van wie het leven al abrupt werd afgebroken nog voordat ze hadden kunnen leren kruipen, praten en spelen.
In augustus 2024 was Mohammed Abu al-Qumsan in Gaza bezig de geboortecertificaten op te halen van zijn tweeling, die drie dagen daarvoor was geboren, toen hij werd gebeld: je appartement is gebombardeerd, je vrouw en kinderen zijn in het ziekenhuis. We konden niets meer voor ze doen. Dood voordat ze hun ogen openden naar het leven.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen ik in 2023 niet het benodigde visum van de Israëlische regering kreeg om in de regio mijn onderzoek te gaan doen voor de Algemene Vergadering van de VN dat najaar, besloot ik een andere tactiek toe te passen. Met steun van Palestijnse maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen werden er focusgroepen opgericht, zodat ik de kinderen online kon interviewen.
Dat is de kindertijd, in Palestina
In die periode was ik met mijn gezin op vakantie op Sicilië, bij opa en oma (mijn schoonouders). Elke middag nadat ik met mijn kinderen had geluncht en even een duik in zee had genomen, ging ik naar het dakterras van ons verblijf, en nadat ik mijn computer daar had ingeplugd in een van de weinige stopcontacten die er waren begon ik met de afspraken, die elke dag uren doorgingen.
Algauw bleek dat de groepen kinderen en pubers die ik interviewde goed gestructureerd en gedisciplineerd waren.
Ze waren verdeeld in leeftijdscategorieën en geografische ligging, en zowel de jongeren als hun ouders waren blij met deze kans om hun ervaringen en getuigenissen met mij te delen. Samen aan een tafel, of zittend op stoelen die soms veel te groot voor ze waren (zoals bij de kinderen in Jenin), zaten ze allemaal heel aandachtig voor het scherm.
Er was iemand bij om te tolken, maar het merendeel van de kinderen spreekt goed Engels, vooral in Gaza, waardoor ik rechtstreeks met ze kon praten.
Door die ontmoetingen werd ik geconfronteerd met een waar wonder van leven, vitaliteit en vriendelijkheid, een kader waarin de energie en de hoop leken voort te bestaan, ondanks alle ellende. Te midden van alle moeilijkheden van de permanente bezetting en de onophoudelijke oorlogen in Gaza, waar iedereen door de belegering in feite gevangen zat in een getto, en te midden van de verwoestende nabijheid van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, met veelvuldige arrestaties, continue invallen van soldaten en aanvallen van de kolonisten, vertoonden de kinderen die ik die zomer heb leren kennen een buitengewoon talent om de fundamentele waarden te behouden, op de eerste plaats hun liefde voor school. Ze hadden voor de gelegenheid hun nette kleren aan, het haar van de jongens was netjes gekamd, de meisjes hadden kleurige jurkjes aan en hun lange haar was bedekt met een hoofddoek, of ze hadden een hoofddoek los over hun schouders hangen. In hun stemmen hoorde ik een grote honger naar kennis en een vurig verlangen naar de toekomst.
Ook dat is de kindertijd, in Palestina.
PALESTINA ALS PLAATS DELICT
De Italiaanse rechtsgeleerde Francesca Albanese, een uitgesproken criticus van Israël, werd aangesteld door de VN-Mensenrechtenraad (Human Rights Council) als onbetaalde onafhankelijke expert om toezicht te houden op mensenrechtenkwesties. Dat heeft ze met verve gedaan.
Vervolgens riep ze expliciet op tot strafrechtelijke vervolging van bedrijven en hun leidinggevenden die Israëlische nederzettingen en/ of militaire acties en oorlogvoering faciliteren of ervan profiteren, waaronder wapenproducenten en grote vermogensbeheerders. VN-lidstaten moesten, vond zij, sancties en een wapenembargo tegen Israël instellen.
Dat nam niet iedereen haar in dank af. Pro-Israëlische groepen en de VS bekritiseren Albanese regelmatig, waarbij de Amerikaanse regering haar werkwijze als ‘opruiend, juridisch twijfelachtig en antisemitisch’ bestempelt. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio legde sancties op aan de VN-expert, een hoogst ongebruikelijke maatregel, schrijft de Russisch-Amerikaanse journalist M. Gessen in The New York Times, aangezien het gaat om een aan de VN-gelieerde jurist.
Haar boek Wanneer de wereld slaapt begint Albanese – die dagelijks wordt beschuldigd van antisemitisme – met een verklaring dat ze de moord en ontvoering van Israëlische burgers door Hamas op 7 oktober 2023 zonder voorbehoud veroordeelt.
Albaneses kompas, schrijft Antonin Iommi-Amunategui in Le Monde, is het internationaal recht, de strijd tegen onrechtvaardigheid en solidariteit, die Albanese ‘een politieke vorm van liefde’ noemt.
Palestijnen en hun bondgenoten beschouwen Albanese als een onverzettelijke voorvechter van Palestijnse rechten. Israël en Amerikaanse Joodse organisaties verwerpen echter haar beschuldigingen van genocide en stellen dat ze zelden geweld tegen Israëlische burgers veroordeelt of Palestijnse gewapende groepen zoals Hamas bekritiseert.
Het boek is geen geschiedkundig of juridisch werk, maar geeft het woord aan tien mensen – Palestijnen, Israëliërs en anderen – die elk vanuit hun eigen perspectief de Palestijnse tragedie belichten.
Een centraal verhaal is dat van Hind Rajab, een vijfjarig meisje dat op 29 januari 2024 door het Israëlische leger werd gedood. Als enige overlevende in de auto van haar oom was ze drie uur lang aan de telefoon met de hulpdiensten, die onderweg naar haar werden gedood door het Israëlische leger. Ook Hind overleefde het niet. Andere stemmen in het boek behandelen thema’s als bezetting en segregatie, antisemitisme, apartheid, trauma en genocide.
Albanese beschouwt Palestina als een plaats delict waar ‘we allemaal onze vingerafdrukken hebben achtergelaten’. Toch probeert ze ook hoop over te dragen, geïnspireerd door Palestijnse kinderen die ondanks alles een ‘vurig verlangen naar de toekomst’ behouden.
Weitere Episoden von „360 Magazine“



Verpasse keine Episode von “360 Magazine” und abonniere ihn in der kostenlosen GetPodcast App.







